Macarons met lemon curd

Macarons stonden al een hele tijd op mijn ‘to bake’ lijst. Ik had zelfs al een siliconen macaron mat aangeschaft omdat dit me erg handig leek. Met nog een restje eiwit in de koelkast (het schijnt goed te zijn om wat ouder eiwit te gebruiken, het liefst 24 uur afgedekt in de koelkast) en amandelpoeder in de vriezer was dit het moment om een poging te doen tot de lastige macarons. Met recht lastig, want je beslag mag zeker niet te dun zijn maar ook niet te stevig!
 
Mijn macarons heb ik geel gekleurd, omdat ik ze wilde vullen met lemon curd. Een geel kleurtje maakt het dan helemaal af! Een macaron beslag is ingewikkeld omdat het niet te slap en niet te stevig zijn, maar ook omdat ze tijd nodig hebben om een voetje te gaan vormen. Mijn macaron beslag was iets te stevig, waardoor de bovenkantjes niet mooi glad zakten. Voor de smaak deed dit eigenlijk helemaal niets. 

Macarons met Lemon curd

Wat heb je nodig:
– 100 gram amandelmeel
– 200 gram poedersuiker 
– 125 gram eiwit (ongeveer 4 eiwitten)
– 50 gram fijne suiker
– Klein snufje zout
– Kleurstof naar keuze (ik nam lemon yellow  van americolor)
Voor de vulling:
 
Bij deze macarons is het belangrijk om je eiwit goed stevig te kloppen. Begin dan ook met het vet vrij maken van je kom en mixer haken. Zelf doe ik dit altijd door met wat citroensap op een stukje keukenpapier te doen en dit goed door de kom en over de mix haken te wrijven. Klop dan je eiwit met een klein snufje zout tot pieken. Voeg je fijne suiker toe en blijf mixen tot je stevige pieken hebt die mooi glanzend wit zijn. Voeg dan de kleurstof toe en mix dit tot een egale massa.
 
Zeef dan je poedersuiker en amandelmeel apart van elkaar in dezelfde kom. Zeef het daarna een keer samen in een andere kom, zodat alle klontjes goed uit je mengsel zijn. Lepel steeds een grote schep van dit mengsel door het eiwit en spatel dit door tot het opgenomen is. Belangrijk is om dit echt met een scheppende manier te doen, zodat er niet teveel lucht verdwijnt. Schep uiteindelijk steeds lepel voor lepel alles door elkaar tot het een langzaam lopend mengsel is. Wanneer je met een lepel wat mengsel naar beneden laat glijden moet dit lijken op een hele dikke stevige yoghurt. Een manier om dit te testen is een lepel beslag bovenop de rest te laten glijden. Als het zo’n 10 seconden duurt voor  het egaal is is je mengsel ideaal. Gaat het sneller? Dan is je mengsel te dun. Duurt het langer? Roer het dan nog even goed door en test opnieuw. 
 
Zelf heb ik direct getest wat beter zou werken, een siliconen ‘macaron’ matje, of een stuk bakpapier waar je cirkels tekent aan de onderkant om ook een houvast te hebben. Uiteindelijk maakt het vrij weinig verschil. Het voordeel aan de siliconen matjes is dat je een soort randje hebt waardoor je mengsel echt niet verder kan uitspreiden en je macarons meer dezelfde grote hebben. Nadeel is echter dat je macaron wat langer nodig heeft om af te koelen.
 
Spuit de macarons op de door jou gekozen manier om ze te bakken. Zelf zette ik dit direct op een dienblad waardoor je na het spuiten van gelijke dopjes een keer goed op de tafel kan tikken, waardoor alles mooi egaal uitzakt. Laat dit ongeveer een uur staan drogen. Wanneer de macarons niet meer plakken als je er even aan voelt met je vinger zijn ze goed. Hoe lang dit duurt heeft te maken met de vochtigheid in de lucht. Door het drogen zit nu een velletje om je macaron waardoor er straks dat mooie voetje ontstaat in de oven, die de macarons typeert. Verwarm dan de oven voor op 160 graden celsius en bak ze zo’n 15 minuten. Laat ze goed afkoelen voor je ze van de ondergrond af haalt en zoek de passende macarons bij elkaar. Spuit wat vulling op een van de twee helften en druk ze daarna op elkaar.
 
De macarons met lemoncurd hebben dat frisse zoete in combinatie met de heerlijke textuur van de macarons. Maar wat dacht je van een ganache als vulling? Of een botercrème met smaak naar keuze? Genoeg opties in ieder geval!
Print Friendly

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *