Speculaasjes

Na de speculaas workshop bij het bakkerijmuseum in Hattem wist ik zeker dat ik deze ook thuis wilde maken. De plankjes had ik al, al kun je daar ook mooie plankjes aanschaffen. Recept, check.. deze kregen we vanuit het museum mee. Minpuntje hieraan was het toevoegen van speculaaskruimels. Een recept wat vraagt om speculaaskruimels (die ik dan speciaal hiervoor zou moeten kopen) leek me niets. Op naar de blog van Mannin, van baksels.net! Ik wist namelijk dat zij een recept voor speculaasjes had waar geen koekkruimels in hoefden. 

Als reactie op mijn bericht over het bakkerijmuseum kreeg ik  een bericht van Jacco, hij is van het bakkerijmuseum in Medemblik. Zijn museum heeft het in de historie van de speculaas en koekvrijers over een ander verhaal, dan ik in Hattem heb gehoord. Geïnteresseerd in dit verhaal heb ik hem om meer informatie gevraagd. Na wat heen en weer mailen ontving ik van hem een dik pak met mooi vormgegeven museum brochures waar inderdaad een ander verhaal in stond. Zo schijnen er ook door vrouwen koekvrijers gekocht te worden om een man als partner te vragen. Best modern voor die tijd, dacht ik zo.

speculaasjes
 

Wat heb je nodig:

– 125 gram basterdsuiker (ik nam donkerbruine)
– 100 gram roomboter op kamertemperatuur
– Snufje zout
– 10 gram citroenrasp
– 30 ml melk of karnemelk (de laatste activeert het bakpoeder extra)
– 240 gram bloem (ik nam Zeeuwse bloem)
– 9 gram bakpoeder
– 10 gram speculaaskruiden
– Extra bloem  om de plank mee te bestrooien
– Eventueel halve amandelen om te garneren (wanneer je deze gebruikt licht bestrijken met ei)
 

Bereidingswijze

Mix de basterdsuiker, de roomboter en de citroenrasp met de mixer goed door elkaar. Voeg de melk of karnemelk toe en mix dit nog even door. Zeef dan de bloem, speculaaskruiden en het bakpoeder door elkaar en voeg dit toe aan het suiker en boter mengsel. Kneed dit met de hand door tot een samenhangend deeg. Verpak het deeg en laat dit minimaal twee uur in huishoudfolie of een ziplock zak liggen in de koelkast. Op die manier kan alles goed intrekken. Vijf dagen zoals het bakkerijmuseum in Hattem aangaf is dan ook echt niet nodig. Een paar uur is echt voldoende beaamde ook het museum uit Medemblik.
 
Verwarm na het rusten van het deeg de oven voor op 175 graden Celsius. (Mannin geeft als tip om de speculaasjes op een iets lagere temperatuur en een beetje langer te bakken dan op een hogere temperatuur en korter. Ze worden anders te snel te donker en te droog). Besprenkel de speculaasvorm lichtjes met wat bloem en tik het overtollige eruit. Draai van een stukje deeg een worstje en leg dit in je vorm. Druk het stevig in de vorm en druk dit nog wat extra aan met de muis van je hand. Snijdt met een mes of stukje visdraad het overtollige deeg van de koek (hierdoor krijg je dat bijzondere achterkantje wat speculaasjes hebben). Tik dan de speculaasjes uit de plank door hem om te keren en een keer flink op de werkplank te slaan met een kant van de vorm.
 

Bakken

Leg de speculaasjes op een bakplaat die je bekleed met bakpapier. De koekjes spreiden niet uit, waardoor er best wat koekjes op je bakplaat kunnen. Mijn kleine speculaasjes bakte ik ongeveer 12 minuten gaar, maar de baktijd wordt langer wanneer je een grotere vorm gebruikt. Zelf zou ik 12 tot 15 minuten aanhouden voor een groter exemplaar. Laat de speculaasjes eerst wat afkoelen op de bakplaat en laat ze daarna verder afkoelen op een rooster. Bewaar de speculaasjes in een luchtdichte trommel die je goed kunt afsluiten. Zo blijven ze lekker knapperig. 
 
Mijn vormen van een mannetje en vrouwtje zijn voor het garneren met amandelen wat aan de kleine kant, waardoor ik dit heb overgeslagen. Wil je dit wel? Garneer ze dan voor ze de oven in gaan en bestrijk dit licht met wat ei. Ik haalde uit dit recept dan zo’n 45 speculaasjes. Heb je een grotere plank zal dit natuurlijk wat minder zijn.
Print Friendly, PDF & Email

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *