Bossche bollen

 
 
Afgelopen november nam ik me voor om in 2015 een challange of thema te verzinnen. Op diverse blogs zie ik namelijk leuke challenges voorbij komen, bakken van één bekend persoon, een pagina nummer kiezen en uit ieder boek wat je pakt dat koken of bakken. Allemaal leuk, maar ik wilde voor mijn doen wat simpeler beginnen. Of eigenlijk is het helemaal niet zo simpel wat ik bedacht. In 2015 wil ik de streek baksels wat meer laten schitteren. Ik begon in januari dan ook al met de kniepertjes uit Drenthe, al kennen we die in Overijssel ook. Mijn lijstje met eventuele streekbaksels groeide dan ook mooi en kon ik zelfs al bedenken wanneer ik wat ongeveer wilde maken. Het werd me uiteindelijk ook een stuk makkelijker gemaakt toen ik mijzelf het Nederlandse bakboek cadeau deed.
 
Er staan ondertussen diverse soezen op mijn blog, maar deze maand haal ik de Bossche bollen tevoorschijn als streekbaksel. In ’s Hertogenbosch waar de bol vandaan komt, wordt hij de ‘sjekladebol’ genoemd. Een Bossche bol heeft een diameter van ongeveer 12 cm en is dan ook een echt gebakje. Er schijnen zelfs reuze bollen gemaakt te worden die een keer zo groot zijn. Ik geloof dat een echte Bossche bol alleen pure chocolade gebruikt als omhulsel. Zelf heb ik een chocolade glazuur gemaakt met een recept van Rudolph van Veen, uit zijn Rudolphs Bakery boek. Als patissier die opgegroeid is in Brabant durf ik hem hierin wel te vertrouwen, Ik verving alleen de melk chocolade voor pure chocolade, om wat dichterbij de echte bol te komen.
 
Mocht je nog een manier zoeken om hem zonder smeren te eten, hou de bol dan op zijn kop. De chocolade laag zal het smeren tegen gaan. Het schijnt dat Bossche bol liefhebbers het een schande vinden om het met mes en vork te eten.
Bossche bollen1

Wat heb je nodig:

Voor de bollen
– 100 ml melk
– 100 ml water
– Snuf zout
– 100 gram bloem
– 100 gram boter
– 4 eieren
Voor de vulling
– 600 ml slagroom
– 6 el suiker
Voor de glazuur
– 90 ml water
– 220 gram suiker
– 200 gram pure chocolade
 

Bereidingswijze

Het maken van soezen is iets waarbij je best een beetje geduld en lef bij nodig hebt. Zo moet je geduldig moeten wachten tot de bloem genoeg gegaard is en het mengsel iets is afgekoeld voordat je de eieren er door mengt en heb je lef nodig om de soezen goed te laten bakken. Er is namelijk niets minder jammer dan een platte soes die uit de oven komt.
 
Meng in een pan de melk, het water en laat hier de boter in smelten. Voeg een snuf zout toe en dan de bloem. Meng dit met een houten lepel of spatel goed door elkaar tot je een dikke pasta hebt. Deze pasta laat je garen in de pan, wat in ongeveer 5 minuten gebeurd is. Dat hierbij de bodem van je pan wit zal uit slaan is alleen maar goed. Het laat zien dat de bloem in je soezendeeg al goed aan het garen is.
 
Haal het mengsel dan uit de pan en laat dit een paar minuten staan in een andere kom, voor je een voor een de eieren door het mengsel roert. Meng pas een volgend ei door het beslag, wanneer het vorige ei volledig is opgenomen en het weer een egaal mengsel is. Het lijkt een verschrikkelijk klusje, maar door goed door te mengen gebeurd dit vanzelf.
 
Met dit recept maak je een paar dozijn kleine soesjes. Met het formaat van een Bossche bol in mijn achterhoofd haalde ik er 14 uit, nog altijd kleiner dan het origineel maar zeker een mooi groot formaat. Spuit dan ook met een spuitzak flinke doppen met tussenruimte op je bakplaat die je bekleed hebt met bakpapier. De doppen zullen minimaal twee keer zo groot worden. Verwarm de oven voor op 210 graden Celsius en bak de soezen in zo’n 25 minuten goudbruin. Een goede soes staat mooi bol en voelt super licht wanneer je hem op tilt. Laat de soezen volledig afkoelen voor je verder gaat met de vulling.
 

Vullen en afmaken

Voor de vulling klop je de slagroom met de suiker tot een stevige pieken. Voor het vullen heb ik mijn wilton #230 spuitmondje gebruikt. Dit is een super lang, smal spuitmondje met een schuine opening en een scherp randje. Perfect om door de onderkant van een soes te prikken en hem volledig te vullen. Wanneer je soezen allemaal gevuld zijn is het tijd om ze in de koeling te zetten en aan de slag te gaan met de glazuur. Zet eerst een rooster klaar met hieronder een bord of dienblad. Op het rooster kan het glazuur om de soezen uitharden en het bord of dienblad vangt alle extra druppels glazuur op.
 
Voor de glazuur laat je de suiker met het water aan de kook komen. De suiker lost door het verwarmen op, waardoor er een suikersiroop ontstaat. Breek je chocolade in kleine stukjes en voeg dit aan het kokende mengsel toe. Doordat het geen water meer is, maar een suikersiroop zal je chocolade gewoon smelten. Wanneer je ziet dat de chocolade smelt (dit gebeurd erg snel!) roer je het mengsel goed door. Laat het mengsel niet warmer dan 110 graden Celsius worden. Zelf gebruik ik hier mijn digitale thermometer voor, maar een candy thermometer kan ook goed.
 
Haal je pan van het vuur en zet de soezen klaar. Het mengsel wordt snel hard en het is dan ook verstandig om snel te werk te gaan. Dip voorzichtig de bovenkant van de soes in de glazuur. Het mengsel is boven de 100 graden en wanneer je dit aanraakt doet het ook echt pijn. Het is erg verleidelijk, maar dip ze dan ook niet te ver. Zet de soezen na het dippen op je rooster en laat ze volledig uitharden. Ik was erg ongeduldig en mijn glazuur glimt dan ook nog erg. Wanneer ze volledig uitgehard zijn zal de glazuur mat worden. Durf je het dippen niet aan? Laat dan wat glazuur over de bol lopen (niet teveel) om zo het glazuur laagje te rijgen.
 
Binnen de streekbaksel challenge heb ik de volgende dingen al gemaakt: Kniepertjes
Print Friendly

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *