Amsterdamse koggetjes – Nougatientjes

Wat vliegt zo’n jaar snel voorbij eigenlijk, dit is namelijk al het negende recept voor een streek/Hollands baksel wat ik met jullie deel. Dit keer wederom een koekjes recept, al bakken we natuurlijk veel meer dan alleen koekjes! Een koekje met flink wat strijd en geschiedenis, namelijk Amsterdamse koggetjes of ook het nougatientje genoemd.
 
In het 1934 werd er een wedstrijd uitgeroepen, waarbij men op zoek was naar een bijzonder fijn koekje. De winnaar van deze wedstrijd werd het koggetje. In 1934 waren er twee waren er twee verenigingen waar je je als bakker bij kon aansluiten. De bedenker van het koggetje hoorde bij de Nederlandse banketbakkers vereniging, die dan ook speciaal voor het koggetje een trommeltje liet ontwikkelen. Bij een bakker van de andere (Katholieke) vereniging Sint Nicolaas kon je deze echter niet krijgen. Om toch aan de vraag te kunnen voldoen, reageerde Sint Nicolaas met een eigen trommeltje. Op deze wijze kreeg iedere Amsterdamse banketbakker zijn eigen specialiteit en zagen de klanten ook aan de print op de trommeltjes bij welke vereniging hun bakker zat.
 
Het recept wat ik heb gebruikt, is een gehalveerde versie van het Nederlands Bakkerij Museum, te Hattem. Hier ben ik vorig jaar rond deze tijd geweest met een gezellig clubje bloggers, voor een workshop speculaas. Uit het recept haalde ik zo’n 30 koekjes van een mooi formaat, waardoor het echt niet erg is om een tweede te pakken!
Amsterdamse koggetjes - Nougatientjes | HandmadeHelen
Wat heb je nodig:
Voor de karamel stukjes
– 40 gram kristalsuiker
Voor het koekjesdeeg
– 115 gram boter op kamper temperatuur
– 125 gram witte basterdsuiker
– Halve tl vanille extract of een snuf gemalen vanille poeder
– Half  geklutst ei maat M
– Snuf zout
– 140 gram bloem
 

Bereidingswijze

In een pan met een dikke bodem, verwarm je de kristalsuiker tot karamel. Belangrijk hierbij is dat je niet roert, hoe verleidelijk dit misschien ook is. Door de suiker voorzichtig zijn gang te laten gaan, karameliseerd deze terwijl de kleur langzaam van wit naar bruin gaat. Hou de kleur goed in de gaten en loop absoluut niet weg bij de pan. Het duurt namelijk even voor de suiker begint op te lossen en daarna gaat het kleuren vrij snel. Te bruin smaakt namelijk bitter, wat niet lekker is. Giet de karamel op een stuk bakpapier met daaronder een bakplaatje. Schraap de pan niet leeg, er kunnen namelijk wat suikerkorrels zijn achtergebleven. Laat de karamel afkoelen en raak het niet aan, het is erg warm! Laat de pan afkoelen voor je hem zachtjes met veel water weer op het vuur zet, je karamel lost dan namelijk op waardoor je pan weer schoon is.
 
Bekleed dan een bakplaat met bakpapier en verwarm alvast de oven voor op 170 graden celsius, terwijl de karamel goed afkoelt. Omdat het een dunne plak is en maar een klein beetje, gaat dit vrij snel. Eenmaal afgekoeld vouw je je bakpapier dubbel en sla je de karamel met een deegroller of pannetje tot kleine stukjes. Niet tot gruis, maar kleine stukjes, die je straks wel in je koekjes kunt zien. Zet de kleine stukjes karamel apart voor straks.
 

Het deeg

Mix de boter samen met de basterdsuiker goed romig met een handmixer, waarbij je de vanille op het einde toevoegt. Meng hier het halve ei (dat is 25 gram) door en mix dit tot een egaal mengsel. Wissel dan de mixer in voor een spatel en spatel met de hand de bloem met het snufje zout door het botermengsel, tot je een egaal mengsel krijgt. Het zal wat stevig voelen, maar door te blijven wrijven met de spatel door het deeg tegen de zijkant van je kom, wordt dit vanzelf iets zachter. Werkt dit nu niet, kun je het mengsel iets verwarmen boven warm water. Zorg echter wel dat het niet te dun word, dit zorgt ervoor dat je koekjes helemaal uitlopen en er geen vorm meer in zal zitten. Roer dan de stukjes karamel door je mengsel.
 
Het koekjesdeeg mag daarna in een spuitzak met een glad spuitmondje. Spuit dan bolletjes van ongeveer 2cm breed bij 2 cm hoog met veel tussenruimte op de bakplaat met bakpapier. De koekjes met stukjes karamel spreiden nogal uit, wat dan ook het kenmerkende uiterlijk geeft. Bak de koekjes op 170 graden Celsius, zo’n 12 tot 15 minuten tot de randjes mooi goudbruin zijn. Wanneer je koekjes maar aan een kant bruinen, draai je halverwege je bakplaat om zodat ze egaal bakken. Na het bakken laat je de koekjes een minuut of twee op de bakplaat liggen, voor je ze met bakpapier en al op een rooster legt. De koekjes harden goed uit tijdens het afkoelen en zijn wanneer ze koud zijn goed van het papier te halen, zonder dat je koekjes sneuvelen of breken. Bewaar ze in een trommel tot wel twee weken.
 
Binnen de streekbaksel challenge heb ik de volgende dingen al gemaakt: Kniepertjes, Bossche bollen, Stroopwafels, Groningse eierballen, Kozakken, Roze koeken, Weesper moppen en Jan Hagel koekjes.
Print Friendly, PDF & Email

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *